Vanuit de psycho-neuro-immunologie en psycho-neuro-endocrinologie wordt overspanning/burn-out gezien als een gevolg van langdurige stress die een chronische ontregeling geeft van het neurohormonale systeem hetgeen de bron is van het hele scala aan lichamelijke klachten en psychisch disfunctioneren.

In de kern wordt overspanning/burn-out, ook wel chronische stress genaamd, gekenmerkt door toenemende klachten met betrekking tot het lichamelijk en psychisch functioneren:
– op lichamelijk gebied (bv snel moe, slecht slapen, pijnlijke en gespannen spieren)
– op cognitief gebied (bv concentratie- en geheugenproblemen, problemen met plannen)
– op emotioneel gebied (bv prikkelbaarheid, snel in tranen uitbarsten, depressie- en angstklachten)
– op gedragsgebied (bv gehaast of ongeduldig gedrag, niet meer kunnen stoppen met werken, meer drinken, roken, snoepen)

Het ontstaan van overspanning/burn-out wordt geassocieerd met een overmaat aan stress(oren) in combinatie met een relatief onvermogen om deze stress(oren) te hanteren.
Overspanning en burn-out uit zich in niet-specifieke spanningsklachten en leidt tot demoralisatie en controleverlies, met sociaal disfunctioneren als gevolg. Burn-out wordt vaak geassocieerd met langdurige vermoeidheid of uitputting.

Kernsymptomen van overspanning:
– moeheid
– gestoorde of onrustige slaap
– prikkelbaarheid
– niet tegen drukte/herrie kunnen
– emotionele labiliteit
– piekeren
– zich gejaagd voelen
– concentratieproblemen en/of vergeetachtigheid

Het ontstaan van overspanning en burn-out begint met ‘stress’. Stressoren zijn omstandigheden of gebeurtenissen die gepercipieerd worden als bedreigend voor het psychosociale evenwicht. Een bruikbare indeling van stressoren is die in verplichtingen (weerkerende belasting in werk, studie, huishouding, zorg, etc.), problemen (ongewenste situaties op diverse gebieden zoals relaties, financiën, werk, carrière, etc.) en levensgebeurtenissen (meer of minder ingrijpende veranderingen in het leven, die ‘verwerking’ en/of aanpassingen van het levenspatroon vereisen).

Geconfronteerd met één of meer stressoren moet de persoon in kwestie de stressor(en) op de één of andere manier hanteren (coping) om het psychosociale evenwicht te bewaren of te herstellen.
Een gevoel van onaangename spanning (distress) ontstaat als de persoon veel moeite heeft met het hanteren van de stressor(en) en normaal te blijven functioneren.

Tot zover is dit alles nog een betrekkelijk normale ervaring: iedereen heeft het wel eens druk (verplichtingen), heeft wel eens problemen of tegenslagen, of krijgt te maken met ingrijpende veranderingen (levensgebeurtenissen). Echter als de stresshantering tekortschiet om het evenwicht te herstellen (falende coping) en de persoon weet niet meer wat te doen (demoralisatie) ontstaat er controleverlies en is de persoon de grip op de situatie kwijt. Dan neemt de distress flink toe en rest de persoon in kwestie geen andere optie meer dan het op te geven. Bij dat opgeven stopt de persoon met verdere pogingen om de stressor(en) het hoofd te bieden, laat belangrijke sociale rollen vallen, meldt zich ziek en trekt zich terug. Dan is er sprake van overspanning: een combinatie van distress, controleverlies en sociaal disfunctioneren.

In een situatie van overspanning kunnen lichamelijke spanningsklachten het beeld in meer of mindere mate gaan meekleuren. Hierdoor kan bij daarvoor gevoelige personen een proces van somatisatie worden geactiveerd. Somatisatie houdt in dat de distress en de daarmee samenhangende lichamelijke klachten een vicieus proces worden door preoccupatie met lichamelijke klachten. Aandacht van de omgeving, inclusief de zorgsector, kan dit proces verder versterken. Wanneer de klachten langer bestaan en moeheid en uitputting in de beleving van de persoon sterker op de voorgrond treden, spreken we van een burn-out.

Werkgerelateerdheid is geen noodzakelijk kenmerk van een burn-out.

Wanneer ben je overspannen?
Er is sprake van overspanning als voldaan is aan alle vier onderstaande criteria.

A. Ten minste drie van de volgende klachten zijn aanwezig:
– moeheid
– gestoorde of onrustige slaap
– prikkelbaarheid
– niet tegen drukte/herrie kunnen
– emotionele labiliteit
– piekeren
– zich gejaagd voelen
– concentratieproblemen en/of vergeetachtigheid

B. Gevoelens van controleverlies en/of machteloosheid treden op als reactie op het niet meer kunnen hanteren van stressoren in het dagelijks functioneren. De stresshantering schiet tekort; de persoon kan het niet meer aan en heeft het gevoel de grip te verliezen.

C. Er bestaan significante beperkingen in het beroepsmatig en/of sociaal functioneren.

D. De distress, controleverlies en disfunctioneren zijn niet uitsluitend het directe gevolg van een psychiatrische stoornis.

Wanneer spreken we van een burn-out?
Er is sprake van burn-out als tevens voldaan is aan onderstraan criteria:
– Er is sprake van overspanning
– De klachten bestaan langer dan 6 maanden
– Gevoelens van moeheid en uitputting staan sterk op de voorgrond.

Bij het begrip burn-out wordt in de literatuur sterk de nadruk gelegd op symptomen van moeheid en uitputting.

Categories:

No responses yet

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.